Wie dit voorjaar zijn belastingaangifte invulde, zag het meteen staan: de zelfstandigenaftrek is dit jaar vastgesteld op €1.200. Vorig jaar was dat nog €2.470, het jaar daarvoor meer dan €5.000. In twaalf maanden is de aftrek met meer dan de helft gekrompen, en de dalende lijn is nog niet klaar. Kleine aanpassingen in het belastingplan, grote gevolgen voor je netto inkomen als zelfstandige.
Hoe de aftrek jaar na jaar is weggeknipt
De zelfstandigenaftrek bestaat al decennia. In 2012 stond die nog op €7.280, een stevig voordeel waarmee de overheid het ondernemerschap wilde stimuleren. Sindsdien heeft het kabinet de aftrek stelselmatig verlaagd, niet door één groot besluit maar via jaarlijkse kleine bijstellingen.
De redenering van het kabinet is al lange tijd dezelfde: werknemers en zelfstandigen mogen fiscaal niet te ver uit elkaar lopen. Wanneer een zzp'er door aftrekposten structureel veel minder belasting betaalt dan een werknemer met vergelijkbaar brutoloon, verstoort dat de arbeidsmarkt. Werkgevers hebben dan financieel voordeel bij het omzetten van vaste banen naar zzp-constructies. Het officiële beleid van de Rijksoverheid maakt dit al jaren expliciet: de afbouw gaat door totdat het gelijke speelveld bereikt is.
Of je het met die redenering eens bent of niet, de beslissing is gevallen. En de volgende stap staat al vast: in 2027 daalt de aftrek verder naar €900.
Wat €1.200 concreet voor je portemonnee betekent
De zelfstandigenaftrek is geen directe korting op je belastingbedrag, maar een aftrekpost op je winst. Je trekt het bedrag af van je inkomen in box 1, waarna je belasting betaalt over het lagere bedrag. Het voordeel hangt daardoor af van de schijf waar je in valt.
Val je in de eerste schijf (inkomen tot €38.441, tarief 36,97%): dan levert €1.200 aftrek een belastingvoordeel op van €444. In 2025 was datzelfde voordeel bij €2.470 nog €913. Verschil: bijna €470 extra belasting per jaar, puur door deze ene maatregel.
Zit je hoger en val je deels in de tweede of derde schijf (tot 49,5%): het nadeel loopt op tot ruim €600 ten opzichte van vorig jaar.
Dat zijn geen astronomische bedragen, maar voor een zzp'er met een krappe marge is €470 geen wisselgeld. En dit is slechts het effect van deze ene maatregel, terwijl andere lasten ook stijgen.
Wat je nog wel kunt aftrekken
Gelukkig is de zelfstandigenaftrek niet de enige aftrekpost voor ondernemers. Twee andere regelingen blijven overeind en zijn voor veel zzp'ers minstens zo waardevol.
De MKB-winstvrijstelling geeft je een vrijstelling van 12,7% op je winst, nadat de zelfstandigenaftrek is afgetrokken. Op een winst van €50.000 scheelt dat ruim €2.300 aan netto voordeel. Deze vrijstelling is niet gekoppeld aan het urencriterium en loopt automatisch mee in je aangifte inkomstenbelasting.
De startersaftrek geldt voor ondernemers in de eerste drie jaar van hun onderneming, maximaal drie keer toe te passen. Bovenop de zelfstandigenaftrek trek je dan nog €2.123 extra af. Ben je net gestart, dan compenseer je daarmee een deel van de terugval.
Zakelijke kosten blijven uiteraard volledig aftrekbaar: apparatuur, vakliteratuur, zakelijk reizen, opleidingen. De SLIM-subsidie voor mkb-scholing is dit jaar opnieuw opengesteld met bedragen tot €25.000, een kans die weinig ondernemers benutten terwijl ze er wel recht op kunnen hebben.
Slim reageren op de lagere aftrek
De meeste zzp'ers kunnen de verlaging niet volledig compenseren, maar er zijn manieren om de impact te beperken.
- Verhoog je tarief. Klinkt eenvoudig, maar veel ondernemers stellen dit uit. Als je jarenlang op hetzelfde uurtarief werkt terwijl kosten en belastingen stijgen, hol je je inkomenspositie langzaam uit. Een tariefsverhoging van 3 tot 5% is in de meeste markten goed verdedigbaar.
- Bouw een belastingbuffer op. Zet maandelijks een vast percentage van je omzet apart. Voor de meeste zzp'ers is 25 tot 30% een veilige vuistregel. Zo loop je niet achter de feiten aan bij de definitieve aanslag.
- Kijk naar pensioensparen. Bijdragen aan een lijfrente of bancair pensioensproduct zijn aftrekbaar in box 1. Wie nu spaart, verlaagt zijn belastbaar inkomen en bouwt tegelijk vermogen op voor later. Als je twijfelt hoeveel ruimte je daarvoor hebt, is het verstandig eerst uit te zoeken hoe je je vermogen goed beheert als ondernemer.
- Overweeg een bv. Wie boven de €100.000 winst uitkomt, ziet de belastingdruk als zzp'er snel oplopen. Een bv valt onder vennootschapsbelasting (19% tot €200.000) en biedt andere mogelijkheden voor fiscale planning. Of de overstap voor jou zinvol is, hangt af van je specifieke situatie.
Dit is waarom 2027 nog pijnlijker wordt
De aftrek gaat volgend jaar verder omlaag naar €900. Dat klinkt als een kleine stap na de forse daling van dit jaar, maar telt toch op: voor een ondernemer in de eerste belastingschijf is dat nog eens ruim €110 meer belasting dan dit jaar.
Wie nu zijn tarieven en boekhouding aanpast, staat volgend jaar minder voor onverwachte verrassingen. Het is duidelijk dat de trend doorzet, waarschijnlijk richting nul. Hoe eerder je je bedrijfsvoering hierop afstemt, hoe minder schade je oploopt.
Twijfel je over de beste structuur voor jouw situatie, zeker als je overweegt van rechtsvorm te veranderen? Een ondernemingsrecht advocaat kan je helpen bij de afweging tussen zzp, vof of bv, inclusief de fiscale en juridische gevolgen.